Pasta la Vista, Baby! Een smakelijke reis langs Italiaanse pasta’s
Als je denkt dat pasta gewoon “spaghetti met saus” is, dan moet ik je helaas teleurstellen. In Italië zijn er meer dan 300 pastavormen, en elke streek is ervan overtuigd dat hún pasta de enige echte is. Pasta is daar geen gerecht, het is een identiteit. Trek je elastische broek aan, we gaan op culinaire rondreis.

Noord-Italië: boter, vulling en comfort
In het noorden van Italië houden ze van rijke smaken en gevulde pasta’s. Denk aan tortellini uit Emilia-Romagna: kleine ringetjes pasta, zo perfect gevormd dat ze volgens de legende zijn geïnspireerd op de navel van Venus. Gevuld met vlees en geserveerd in bouillon – ja, zelfs pasta mag daar een bad nemen.
Ook tagliatelle komt uit deze streek. Brede linten die perfect zijn voor een stevige ragù alla bolognese. Spaghetti bolognese? Zeg dat vooral niet in Bologna, tenzij je graag boze blikken verzamelt als souvenirs.
Midden-Italië: eenvoud is alles
In het midden van Italië draait het om simpele ingrediënten en pure smaken. Spaghetti is hier de onbetwiste ster, vooral in Lazio. Denk aan klassiekers als carbonara, cacio e pepe en amatriciana. En nee, echte carbonara bevat géén room. Room in carbonara is in Italië ongeveer net zo populair als ananas op pizza (spoiler: niet).
Ook penne zie je hier vaak, vooral penne rigate, omdat de ribbeltjes saus vasthouden alsof hun leven ervan afhangt. Slimme pasta, die penne.
Zuid-Italië: zon, tarwe en drama
Het zuiden van Italië is warm, arm geweest, maar rijk aan creativiteit. Hier vind je pasta’s van harde tarwe, perfect voor dikke tomatensauzen. Orecchiette uit Puglia betekent letterlijk “oortjes”. Ze lijken er ook echt op, en vangen saus op alsof ze meeluisteren naar alle roddels in de keuken. Vaak geserveerd met broccoli of cime di rapa.
In Campanië (hallo Napels!) vind je paccheri: grote buizen pasta die bijna schreeuwen om gevuld te worden. Subtiel zijn ze niet, maar dat hoeft ook niet.
Eilanden: eigenwijs en trots
Sicilië en Sardinië doen natuurlijk weer lekker hun eigen ding. Op Sicilië eet je bucatini, een soort dikke spaghetti met een gaatje erin. Waarom? Zodat er extra saus in kan. Pasta met een ingebouwd saus-reservoir. Geniaal.
Op Sardinië vind je malloreddus, kleine geribbelde pastaschelpjes, vaak geserveerd met worst en tomatensaus. Klein maar krachtig, net als het eiland zelf.
Conclusie: pasta is nooit zomaar pasta
Elke pastavorm heeft een reden, een streek en een verhaal. Dus de volgende keer dat je in de supermarkt twijfelt tussen fusilli en farfalle: bedenk dat je eigenlijk een mini-vakantie naar Italië boekt. En dat is altijd een goed idee. Buon appetito! 🍝